• Katy van Houwelingen

Als mantelzorgers omvallen

Mantelzorg overkomt je. Iemand waar je van houdt, wordt ziek. En dan ga je zorgen, vanzelfsprekend. Eén op de vijf volwassen in Nederland verleent mantelzorg, langdurig en intensief. De groep van mantelzorgers is divers. Volwassen mantelzorgers die voor hun man, vrouw of ziek kind zorgen. Jonge mantelzorgers die voor hun vader, moeder, broer of zus zorgen.

Dit uitgangspunt van 'Zorgen voor elkaar' hoort bij het CDA. Een mens komt immers tot zijn recht in relatie tot een ander. Mantelzorg hoort hierbij.

Wat hierbij nog wel eens vergeten wordt, is dat mantelzorgers naast hun zorgtaken nog andere taken en rollen hebben. Ze hebben bijvoorbeeld nog andere kinderen in hun gezin of zorgen voor meerdere oudere familieleden. Uit onderzoek blijkt dat mantelzorgers steeds meer taken op zich nemen en daarbij hun grenzen overschrijden. De rekening van de recente zorghervormingen, die in een hoog tempo met grote bezuinigingen zijn doorgevoerd, is grotendeels bij de mantelzorger neergelegd. Maar als samenleving moeten wij zuinig zijn op onze mantelzorgers. Als zij omvallen, hebben we met elkaar een groot probleem.

Om dat te voorkomen moeten we zuinig zijn op mantelzorgers. Zo moet bijvoorbeeld hun positie tijdens het voorgeschreven Wmo-onderzoek, het zogenaamde keukentafelgesprek verbeterd worden. Wanneer een mantelzorger in alle redelijkheid aangeeft overbelast te raken, moet de gemeente daar rekening mee houden.

Mensen willen vaak zo lang mogelijk in hun eigen huis blijven. Dat kan ook, als er voldoende financiële middelen tegenover staan en we zuinig zijn op onze mantelzorgers zodat zijn hun onvolprezen werk kunnen blijven doen.

Wim de Ruiter, raadslid CDA